Gegevenscatalogus (architectuur)

Gegevenscatalogus (architectuur)

Het geheel van de taxonomie, ontologie en het informatiemodel vormen de gegevenscatalogus van het afsprakenstelsel Zorgeloos Vastgoed.

Principes en randvoorwaarden gegevenscatalogus

Een principe, in de lijst met de letter P aangeduid, vertegenwoordigt een intentieverklaring waaraan elk gedigitaliseerd informatieobject, dus ook een koopovereenkomst, moet voldoen. Achter elk principe wordt een beperkende factor benoemd die de realisatie van doelen kan belemmeren. Dit zijn de randvoorwaarden. Deze worden in de lijst met de letter C (constraint) aangeduid.

P1. De koopovereenkomst is semantisch interoperabel.

C1.1. Standaarden – Dit betreft de semantische standaarden zoals beschreven in https://taxonomie.zorgeloosvastgoed.nl , https://developer.zorgeloosvastgoed.nl/informatiemodel , https://zorgeloosvastgoed.nl/def/ontologie 

C1.2.   Procedures

C1.3.   Protocollen.

Hiermee wordt US1 ondersteund.

P2. De koopovereenkomst is syntactisch interoperabel.

C2.1. De koopovereenkomst wordt uitgedrukt in XML (RDF/XML, xHTML met RDF-a tags), conform C1.1. standaarden.

Hiermee wordt US2 ondersteund.

P3. De koopovereenkomst bevat gestructureerde data die onverbrekelijk is verbonden met het document.

C3.1. Dit is de data die bijvoorbeeld in xHTML wordt gerepresenteerd en volgens een vooraf gedefinieerde structuur (structure-on-write) met bijvoorbeeld RDF-a tags is beschreven.

C3.2. De koopovereenkomst bevat minimaal vereiste (verplichte) data, aangevuld met flexibele (optionele) data die in de ZV-ontologie zijn gedefinieerd en eventuele aanvullende (zelf gedefinieerde) data.

C3.3. Begrippen (concepten) refereren naar de begrippen beschreven in de ZV-taxonomie.

C3.4. Data refereren aan subjects, predicates en objects die beschreven zijn in de ZV-ontologie.

C3.5. De oorsprong van deze structuur ligt in het ZV-informatiemodel. Dit is een conceptueel datamodel om zowel binnen ZV als daarbuiten over de betekenis van de data te kunnen communiceren. Het helpt ook de fysieke opslag en publicatie van gegevens voor te bereiden. Het laat ook toe om verder te bouwen op bestaande datastandaarden. Dit informatiemodel is conform het MIM.

C3.6. Bij uitbreiding van het informatiemodel en de ontologie wordt gebruik van het MIM sterk aanbevolen.

Hiermee worden US3 en US4 ondersteund.

P4. De koopovereenkomst is voor mensen en machines leesbaar. (Zie C3.1)

C4.1. De koopovereenkomst bevat machineleesbare gestructureerde gegevens en

C4.2. bevat juridisch-inhoudelijke stukjes informatie (context) die ook automatisch interpreteerbaar zijn door de machine.

Hiermee worden US2 en US3 ondersteund.

P5. De data in de koopovereenkomst zijn verifieerbaar bij de bronnen van deze data.

C5.1. Deze data zijn voorzien van de globaal unieke, persistente resource identificatoren, i.e. een IRI of een URI. (Zie C4.1.) Ook de betekenis van de verzamelde data kan zelfs volautomatisch via deze URI’s van de dataconcepten (ook en indien mogelijk voor de externe bronnen - semantiek) door andere systemen achterhaald worden.

Hiermee worden US6 en US7 ondersteund.

P6. De koopovereenkomst leent zich voor conditionele gegevensvalidatie.

C6.1. Om er zeker van te zijn dat de dataconsumenten de gegevens krijgen die ze verwachtten, d.w.z. de koopovereenkomst of delen ervan, moeten ze deze binnenkomende gegevens kunnen valideren tegen de verwachte condities (OWL en/of SHACL).

Hiermee wordt US2 ondersteund.

P7. Structuur en opmaak zijn gescheiden. Met templates kan de opmaak worden gestuurd. De manier waarop de overeenkomst geproduceerd wordt, kan verschillende dataopmaken oftewel soorten overeenkomstsoorten (templates) aan.

C7.1. De gegevensstructuur mag bijvoorbeeld niet vastzitten door te beginnen met een vaste root node. De rationale hierachter is dat de statements in de koopovereenkomst en hun betekenis niet afhankelijk mogen zijn van de datastructuur en de ouder-kind-volgordelijkheid. Dit zou nl. betekenen dat er een nieuw schema nodig is voor elke nieuwe koopovereenkomstsoort (opmaak / template), en dat is onwenselijk.

Hiermee worden US2 en US4 ondersteund.

P8. De gegevens waaruit een koopovereenkomst bestaat hebben een minimale ontologische commitment. Dit betekent:

C8.1. dat er alleen verplichte statements opgenomen moeten worden en

C8.2. dat men vrij is om de koopovereenkomst uit te breiden met andere taxonomieën en ontologieën.

Hiermee worden US1 en US2 ondersteund.

P9. De koopovereenkomst faciliteert dataminimalisatie.

C9.1. In extremo bevat de koopovereenkomst alleen pseudo-id’s die verwijzen naar persoonlijke en objectdata in een PHO (persoonlijke handelingsomgeving). Vanuit de PHO kan dan toestemming worden gegeven op inzage in die data.

Hiermee wordt US5 ondersteund.

P10. De koopovereenkomst in zijn geheel, dat wil zeggen de juridische tekst en de data samen, moet digitaal worden verzegeld en ondertekend.

Hiermee wordt US6 ondersteund.

P11. De koopovereenkomst moet voldoen aan dataminimalisatie-eisen.

C11.1. Digitaal verspreiden conform eIDAS richtlijnen.

C11.2. Verwerkingsovereenkomsten bij dienstverleners die de koopovereenkomst gebruiken.

Hiermee wordt een deel van US3 ondersteund.

Uitgangspunten voor een gedigitaliseerde koopovereenkomst

Voor een overeenkomst (koop, levering, hypotheek, etc.) of ander document (taxatierapport, offerte, etc.) waarin (persoonlijke) data worden gebruikt, gelden een aantal basale uitgangspunten. Deze zijn hieronder in de vorm van een User Story geformuleerd.

US1.  Als consument wil ik een voor mij leesbare overeenkomst die is gebaseerd op de data die ik één keer heb verzameld zodat ik begrijp wat ik precies overeenkom en wat de implicaties daarvan zijn.

C1.1.  Alle potentieel onduidelijke begrippen bevatten een link naar de taxonomie zodat voor al deze begrippen met één muisklik een uitleg in klare taal beschikbaar is.

C1.2.   Juridische handelingen (koop, kanttekening), actoren (koper, verkoper), agents (makelaar, notaris, hypotheekadviseur) en object van handeling worden in de koopovereenkomst als zodanig geduid, zodat de structuur van de zinnen en artikelen inzichtelijk wordt.

C1.3.   Ieder artikel (specifieke afspraak, c.q. juridische handeling) bevat een link naar de taxonomie, zodat ook op dit niveau met één muisklik een uitleg in klare taal beschikbaar is.

US2. Als dienstverlener wil ik de data in een koopovereenkomst automatisch kunnen verwerken zodat ik mijn proces kan optimaliseren.

US3. Als consument of als dienstverlener wil ik dat de tekst en de data onverbrekelijk en onweerlegbaar met elkaar verbonden zijn zodat ik dit document als bron c.q. drager van alle data van deze overeenkomst kan gebruiken.

US4. Als dienstverlener wil ik inzicht in het informatiemodel van Zorgeloos Vastgoed zodat ik (conform de AVG) precies die data kan opvragen die ik nodig heb en niet meer dan dat.

US5. Als consument wil ik dat documenten zoals een koopovereenkomst, leveringsakte of hypotheekakte niet meer persoonlijke data bevatten dan voor deze overeenkomst nodig zijn zodat mijn data langs deze weg niet alsnog worden verspreid.

C5.1. De data in een PHO wordt als op enig moment opgevraagd samenhangend setje opgeslagen, inclusief metadata, in de vorm van provenance data en een link naar de bron. Hiermee is altijd herleidbaar of de data authentiek is. Opmerking: het alternatief is elk uit een authentieke bron opgevraagd gegeven apart te verzegelen en digitaal te laten ondertekenen door de bronhouder (anders is het onmogelijk dataminimalisatie bij de verstrekking mogelijk te maken – er bestaat nog geen concreet plan om dit te realiseren).

C5.2. De data in een PHO is per gegeven opvraagbaar om dataminimalisatie mogelijk te maken.

C5.3. De vanuit een PHO verstrekte data worden verstrekt inclusief de traceerbaarheid en bewijsbaarheid op welk moment deze data uit de PHO zijn opgehaald (en daarmee ook de traceerbaarheid en bewijsbaarheid naar de authentieke bron).

C5.4 Documenten bevatten een geminimaliseerde hoeveelheid data. Via een verwijzing naar de data in de PHO kan de voor het proces van de afnemer benodigde data conform de daartoe gegeven toestemming uit de PHO worden opgehaald.

Uitgangspunten bouwblokken

Hieronder zijn voor enkele andere bouwblokken de principes beschreven die de keuze voor de gedataficeerde koopovereenkomst hebben beïnvloed.

Identificatie & Authenticatie

US5. Als consument wil ik mij in overeenstemming met actuele beveiligingsnormen kunnen identificeren en authentiseren zodat onbevoegden geen toegang krijgen tot mijn data en alleen ik of degene die ik heb gemachtigd mijn data kan beheren en (al dan niet tijdelijk) toestemming kan geven aan degenen die mijn data mogen zien én ik met mijn digitale identiteit een digitale handtekening kan zetten.

C5.1. ZV formuleert hiervoor geen eigen eisen, normen en policies maar volgt de internationale en nationale specificaties zoals eIDAS.

Persoonlijke Handelingsomgeving en Consent management

US6.  Als consument wil ik mijn data uit verschillende bronnen (Kadaster, UWV, Belastingdienst, BIM, ...) kunnen verzamelen op een veilige plek inclusief de traceerbaarheid en bewijsbaarheid op welk moment uit welke (authentieke) bron deze data komen, zodat ik zelf de regie heb over (mijn) data en ze niet buiten mijn weten van de ene organisatie naar de andere worden gestuurd.

US7. Als consument wil ik de door of namens mij verzamelde data kunnen laten toetsen op volledigheid en deze toets traceerbaar en bewijsbaar aan de metadata kunnen toevoegen, zodat ik zo vroeg mogelijk in het proces rechtszekerheid heb en kan bieden aan degenen aan wie ik toegang heb gegeven tot deze data.

US8. Als consument wil ik precies die data die nodig zijn, en niet meer dan die data, vanuit deze veilige plek (al dan niet tijdelijk) toegankelijk kunnen maken voor een persoon of organisatie die deze nodig heeft, en deze toegang op ieder moment weer kunnen intrekken, zodat ik zelf de regie heb over het gebruik van mijn data.

US9.  Als consument wil ik iemand kunnen machtigen om mijn data te beheren, zodat ik kan worden geholpen als ik dat wil, bv. wanneer ik het alleen niet meer kan overzien.